Wat gebeurt er als ik naar een abstract kunstwerk kijk?

ik kan natuurlijk de totaalindruk op me laten inwerken, zonder er over na te denken. Dat geeft me dan al een bepaald gevoel. Maar mijn ogen gaan automatisch naar betekenissen zoeken. Als kind zocht ik in behang- patroontjes of gemarmerde tegeltjes naar gezichten of vogeltjes. Maar ik liet me niet verrassen door die z.g. herkenbare vormen, ik was ook onwillekeurig aan het ordenen, als een fotograaf voor het maken van een foto, zocht ik naar de beste vlakverdeling.

Een evenwichtige of gecentreerde opstelling maakt een statische indruk. Een asymmetrische voorstelling is dynamischer en minder saai. Vroeger stond de eettafel in het midden onder de lamp met de stoelen er omheen. Dat doet nu niemand meer. Een bepaald kleur in een interieur op een paar platsen laten terugkomen vinden we smaakvoller dan een kakelbonte inrichting.

De wandobjecten van Karel doen een beroep op het gevoel in je, dat ik "smaak" noem. Zo word ik door zijn driedimensionale werkwijze extra geboeid, omdat ze steeds veranderen als ik er langs loop. Er zit een ordening in, maar die valt niet direct te ontdekken en is moelijk in één blik te vangen. Ze zetten mijn fantasie aan het werk. Er zijn er die me de indruk geven dat ik in een helikopter over een Afrikaans dorp vlieg. Of over een stad in de Franse Provence. Zo voel ik me uitgenodigd langer te kijken naar wat ik zie. Daarbij versterken de kleurvakjes, met soms ook daar binnen weer kleurvakjes, de levendigheid van de driedimensionale vormen.

Het werk van Mondriaan, van der Leck en Schoonhoven is in eerste oogopslag voor Karel van veel betekenis geweest. Maar zelf is hij veel te barok om het daarbij te laten. In een bos vind je nooit een vierkante boom of een driehoekige paddenstoel.

Karel toont met zijn originele wandobjecten van rechthoeken, vierkanten en driehoeken geen mechanische, maar juist een levende organische en schilderachtige visie op de wereld.

Tekst van Gerard Paradies.